ECLI:NL:CRVB:2005:AU4814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum WAJONG-uitkering bij psychische arbeidsongeschiktheid en terugwerkende kracht
Appellant diende op 25 september 2001 een aanvraag in voor een WAJONG-uitkering wegens psychische arbeidsongeschiktheid, veroorzaakt door een schizo-affectieve stoornis die zich sinds 1975 manifesteerde. De uitkering werd toegekend met ingang van 28 september 2000, een jaar voorafgaand aan de aanvraag, conform de hoofdregel van artikel 29, tweede lid, WAJONG. Appellant betoogde dat sprake was van een bijzonder geval waardoor de uitkering met een verdere terugwerkende kracht toegekend moest worden.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de psychische aandoening al sinds 1975 bekend was en dat appellant in staat was geweest eerder een aanvraag te doen, ondanks het late inzicht in de diagnose. Wel werd een bijzonder geval aangenomen omdat gedaagde niet adequaat reageerde op een brief van appellant uit september 2000, waarin hij om een keuring vroeg. De rechtbank stelde de ingangsdatum echter vast op 28 september 2000.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak deels. De Raad vond dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn aandoening niet eerder een aanvraag kon doen, behalve in de periode medio 1987 tot medio 1990 waarin sprake was van ernstige psychische decompensaties. De Raad oordeelde dat de brief van 20 september 2000 als een verzoek tot uitkering moest worden gezien, waardoor de uitkering een jaar daarvoor, op 20 september 1999, moet ingaan. Verder werd het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen vanwege de ontvangen inkomsten in de tussenliggende periode.
De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De WAJONG-uitkering gaat in op 20 september 1999, een jaar vóór de aanvraag, zonder verdere terugwerkende kracht.