ECLI:NL:CRVB:2005:AU4819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht directeuren zonder doorslaggevende aandeelhoudersinvloed
Appellante, een onderneming actief in softwareontwikkeling, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die verzekeringsplicht aannam voor haar directeuren op grond van artikel 3 van Pro de sociale verzekeringswetten. De aandelenverdeling was gewijzigd waarbij een investeerder 40% bezat en de twee directeuren elk 30%. De rechtbank oordeelde dat de directeuren geen doorslaggevende invloed hadden in de algemene vergadering van aandeelhouders, waardoor een gezagsverhouding en daarmee verzekeringsplicht bestond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Volgens vaste jurisprudentie geldt dat wanneer een directeur-aandeelhouder geen doorslaggevende invloed heeft op benoeming, schorsing of ontslag, er sprake is van een gezagsrelatie met de vennootschap. Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn bij bijzondere omstandigheden, waren die in deze zaak niet aanwezig.
De Raad verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en oordeelde dat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder correct werd toegepast, waarbij de aandelenverdeling onder alle aandeelhouders en niet alleen onder bestuurders bepalend is. De opgelegde correcties en boeten bleven gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de directeuren verzekeringsplichtig zijn vanwege het ontbreken van doorslaggevende invloed in de algemene vergadering van aandeelhouders.