ECLI:NL:CRVB:2005:AU5091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na zorgvuldige beoordeling medische beperkingen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een door het UWV genomen besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsartsen onderschreef en het inwinnen van een medisch deskundigenadvies niet noodzakelijk achtte.
In hoger beroep betoogde appellant dat er ten onrechte geen deskundige was benoemd en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad heeft dit onderzocht aan de hand van de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en de primaire verzekeringsarts, alsmede een brief van de behandelend neurochirurg. De Raad concludeerde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellant de geselecteerde functies medisch gezien kon verrichten.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor nader medisch onderzoek of toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitkering blijft daarmee gehandhaafd op basis van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 35-45% arbeidsongeschiktheid.