ECLI:NL:CRVB:2005:AU5097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over WAO-uitkering en belastbaarheid appellant
Appellante, die uitviel met klachten aan haar rechterschouder en nek, vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk een uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar kende het UWV haar een uitkering toe van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid per 15 oktober 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat geen aanwijzingen waren dat het UWV onjuiste medische beperkingen had aangenomen en de functies binnen het belastbaarheidspatroon van appellante pasten. In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de overschrijdingen van haar belastbaarheid niet toelaatbaar waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd, met kennis van relevante medische rapporten en adviezen. De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en bevestigde dat de functies die appellante kon vervullen binnen haar belastbaarheid vielen, met uitzondering van een functie die was vervallen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellante af.