ECLI:NL:CRVB:2005:AU5104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische beperkingen aan hand- en armfunctie
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 25 april 2003. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep werd aangevoerd dat appellante vanwege ernstige beperkingen in het gebruik van haar handen en armen niet geschikt zou zijn voor arbeid. Ter onderbouwing werd een expertiserapport van neurologen overgelegd, waarin beperkingen bij dynamische handelingen en repeterende bewegingen werden beschreven. De bezwaarverzekeringsarts reageerde dat in de gebruikte functiemogelijkhedenlijst van februari 2003 wel rekening was gehouden met dergelijke beperkingen.
De Raad concludeerde dat appellante niet medisch onderbouwd volledig arbeidsongeschikt is en dat de functiemogelijkhedenlijst voldoende rekening houdt met haar klachten. Ook werden beperkingen bij statische houdingen niet noodzakelijk geacht. De Raad vond dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank in stand konden blijven en bevestigde het besluit tot herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.