ECLI:NL:CRVB:2005:AU5125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en dat nog medisch onderzoek loopt, maar kon dit niet onderbouwen met concrete medische gegevens.
De rechtbank had geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld, en dat de geselecteerde functies passend waren binnen deze beperkingen.
De Raad volgt dit oordeel en ziet geen aanleiding het besluit van 7 januari 2003, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering per 9 februari 2001 werd gehandhaafd, te vernietigen.
De Raad benadrukt dat het enkele feit dat appellante haar beperkingen ernstiger ervaart, zonder medische onderbouwing onvoldoende is om het besluit aan te tasten.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende vastgestelde arbeidsongeschiktheid.