ECLI:NL:CRVB:2005:AU5129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van geschiktheid voor 30 uur arbeid per week
Appellant, voormalig lasser, viel uit wegens gezondheidsklachten gerelateerd aan diabetes en ontving een volledige WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%, wat leidde tot bezwaar en beroep.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke internist als deskundige, die concludeerde dat appellant maximaal 30 uur per week arbeid kon verrichten. Op basis hiervan herzag het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid naar 65-80%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat 30 uur werken te veel was en hij geheel niet tot arbeid in staat was. De Raad volgde echter het oordeel van de onafhankelijke deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen medische stukken die het oordeel van de deskundige ondermijnden of het onderzoek onzorgvuldig maakten.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigde het bestreden besluit, waarbij geen toepassing van artikel 8:75 Awb Pro aan de orde was. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door rechter D.J. van der Vos.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht geschikt is geacht om 30 uur per week te werken en wijst het hoger beroep af.