ECLI:NL:CRVB:2005:AU5130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vijfdejaars herbeoordeling WAO-uitkering en juistheid medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig voorman/betontimmerman, ontving een WAO-uitkering berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Bij een vijfdejaars herbeoordeling heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de uitkering per 27 augustus 2002 herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het belastbaarheidspatroon onjuist was vastgesteld en dat er onvoldoende informatie was ingewonnen bij zijn behandelend artsen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd; de verzekeringsarts had appellant zelf onderzocht en uitgebreid gerapporteerd, en de bezwaarverzekeringsarts onderschreef deze bevindingen. De door appellant ingediende medische stukken van huisarts, fysiotherapeut en reumatoloog brachten geen andere medische beoordeling aan het licht.
Op arbeidskundig gebied werden enkele functies met beperkingen beoordeeld. De Raad verwierp de functies wikkelaar en medewerker orderpick-afdeling vanwege onvoldoende draagkracht van appellant voor het tillen, maar accepteerde vervangende functies (inpakster en confectienaaister) die geschikt bleken. Dit wijzigde de arbeidsongeschiktheidsklasse niet. De Raad zag geen reden om een onafhankelijk deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.