ECLI:NL:CRVB:2005:AU5212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende passende functies
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1990, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 1 oktober 1998 op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage berekend aan de hand van geselecteerde functies. Zij betwistte zowel de vastgestelde belastbaarheid als de geschiktheid van de functies waarop de schatting was gebaseerd.
De Raad oordeelde dat de medische rapportages, waaronder die van de zenuwarts Van Zandvoort, geen aanwijzingen bevatten voor een wezenlijke wijziging in de gezondheidstoestand van appellante na het onderzoek in 1998. Wel werd vastgesteld dat de schatting van de arbeidsongeschiktheid uiteindelijk rustte op slechts drie functies, waarvan één pas na de datum in geding aan appellante was voorgehouden en niet in het verlengde lag van eerder geselecteerde functies.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet voldoet aan het Schattingsbesluit, dat vereist dat een schatting berust op ten minste drie verschillende passende functies. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd gedaagde opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.