ECLI:NL:CRVB:2005:AU5222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na allergie en rugklachten
Appellant, werkzaam als schoonmaker, stopte in januari 1998 wegens rugklachten. Vanaf januari 1999 ontving hij een WAO-uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid. In februari 2002 werd deze uitkering ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen die rekening hielden met zijn rugklachten en allergie.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, maar nader onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige bevestigde het oordeel dat appellant geschikt is voor meerdere functies, waaronder inpakker, samensteller en verspener, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 14%. De Raad concludeerde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de beperkingen in het belastbaarheidspatroon voldoende waren verwerkt.
De Raad verwierp het beroep van appellant, ook omdat er geen nieuwe medische gegevens waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. De Raad liet bovendien buiten beschouwing of de functie van inpakker in wisselende diensten passend was, omdat ook zonder deze functie voldoende geschikte functies beschikbaar zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.