ECLI:NL:CRVB:2005:AU5236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en passende arbeidsmogelijkheden in WAO-zaak
Appellante heeft zich wegens spanningsklachten en psychische beperkingen ziek gemeld en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 15%, waarmee haar WAO-uitkering werd beëindigd.
Appellante voerde aan dat zij ernstiger psychisch beperkt was dan vastgesteld, onderbouwd met een rapport van een arts die haar in november 2002 onderzocht. De Raad achtte dit rapport echter niet relevant voor de beoordelingsdata en vond de medische onderbouwing onvoldoende.
De Raad hechtte meer waarde aan het rapport van de verzekeringsarts Kemperman, die appellantes beperkingen overtuigend en objectief-medisch had vastgesteld. Ook de voetklachten werden niet als relevant erkend vanwege gebrek aan medische onderbouwing.
Op grond van het belastbaarheidspatroon achtte de Raad appellante terecht in staat tot het verrichten van de passende werkzaamheden. Het beroep tegen het besluit werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.