ECLI:NL:CRVB:2005:AU5237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens niet-toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak
De zaak betreft een hoger beroep tegen de weigering van een WAO-uitkering per 5 maart 2001 vanwege vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), stelde dat de toename van de arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke ziekte die leidde tot arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, en dit oordeel werd door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. De Raad oordeelde dat de brief van 12 maart 2001, waarin werd verzocht om herziening van de WAO-aanvraag, terecht werd opgevat als een verzoek om toekenning van een uitkering wegens toegenomen beperkingen, niet als een verzoek om terug te komen op een eerder besluit.
De medische gegevens, waaronder een opname wegens pijn op de borst op 1 februari 2000, toonden geen beginnend hartinfarct aan. De stelling van appellanten dat er sprake was van een tweede hartinfarct ontbeerde feitelijke grondslag. De toename van de arbeidsongeschiktheid werd dus niet toegerekend aan dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid, waardoor het bestreden besluit stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.