ECLI:NL:CRVB:2005:AU5290
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging ontslag na reorganisatie
Gedaagde was sinds 1981 werkzaam bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en werd vanwege een reorganisatie eervol ontslagen, nadat haar functie kwam te vervallen en herplaatsing niet mogelijk bleek. De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit wegens een motiveringsgebrek, omdat niet was aangetoond dat passende functies ontbraken.
Verzoeker, de Algemeen Directeur van de RDW, stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de vernietiging te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen spoedeisend belang was, omdat het motiveringsgebrek bij een nieuw besluit hersteld kan worden en uitvoering van de uitspraak zonder onomkeerbare gevolgen mogelijk is.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het instellen van hoger beroep in dergelijke bestuursrechtelijke zaken geen schorsende werking heeft en dat de enkele verwachting dat de uitspraak niet in stand zal blijven onvoldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vernietiging van het ontslagbesluit wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.