ECLI:NL:CRVB:2005:AU5293
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over gezamenlijke huishouding en toekenning wettelijke rente uitkering
Verzoekster ontving een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. De gemeente Hoogezand-Sappemeer blokkeerde en beëindigde de uitkering omdat zij meende dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene, wat niet was gemeld.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Verzoekster ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat de gemeente niet had voldaan aan haar onderzoeksplicht: betrokkene werd niet gehoord, er was geen huisbezoek bij hem geweest, en de verklaring van verzoekster was niet aan haar voorgelegd. De feiten boden geen voldoende grondslag voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding.
De Raad vernietigde het besluit van 21 juli 2005 en herroept de eerdere besluiten van mei en juni 2005. Tevens veroordeelde zij de gemeente tot betaling van wettelijke rente over de ten onrechte niet betaalde bruto-uitkering vanaf 1 juni 2005 en tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar de gemeente werd wel veroordeeld in de kosten van het verzoek om voorlopige voorziening en tot vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke feitelijke grondslag en correcte procedure bij het vaststellen van het bestaan van een gezamenlijke huishouding in het kader van de WWB.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente wordt vernietigd, de eerdere besluiten worden herroepen en de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.