ECLI:NL:CRVB:2005:AU5313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid functie en pré-VUT aanspraak na reorganisatie Waterschap Rivierenland
Appellant was sinds 1973 werkzaam als [functie] bij het voormalig Polderdistrict Betuwe, dat per 1 januari 2003 opging in Waterschap Rivierenland. Na de reorganisatie werd hij geplaatst in de functie van onderhoudsmedewerker, welke functie op hetzelfde salarisniveau ligt en qua takenpakket vergelijkbaar is met zijn oude functie. Appellant maakte bezwaar tegen deze plaatsing en stelde zich op het standpunt dat deze functie niet passend was en dat hij recht had op pré-VUT.
De rechtbank oordeelde dat de functie passend was, maar vernietigde het besluit wegens een procedurefout. Gedaagden namen daarop een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en het nieuwe besluit.
De Raad stelde vast dat de functie van onderhoudsmedewerker passend is, mede omdat appellant uitsluitend als [functie] werkzaam mocht blijven en dit ook bevestigde. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat sprake was van vergelijkbare gevallen met recht op pré-VUT. Daarnaast verwierp de Raad het beroep op een recht op pré-VUT op grond van oudere statuten en overgangsrecht, waarbij werd benadrukt dat appellant ruim voor de fusiedatum was geïnformeerd over het ontbreken van een persoonlijk recht op pré-VUT.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. Verzoeken om toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en schadevergoeding werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op pré-VUT wordt bevestigd.