ECLI:NL:CRVB:2005:AU5320
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening over uitbetaling overuren consignatiedienst Koninklijke Marechaussee
Verzoeker, de Commandant van het district Koninklijke Marechaussee Noord-Holland/Utrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot weigering van uitbetaling van overuren tijdens consignatiedienst vernietigde. De rechtbank oordeelde dat de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid (VROB) geen vergoeding voor daadwerkelijk verrichte arbeid tijdens consignatie uitsluit.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak te voorkomen, stellende dat de uitspraak een onevenredige impact heeft op de defensiebrede bedrijfsvoering en tot rechtspositionele onduidelijkheid leidt. Gedaagde betwistte het spoedeisend belang en verwees naar het incidentele karakter van de oproepen tijdens consignatie en afwijkende regelingen bij andere krijgsmachtdelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat het om een beperkt aantal uren en een gering bedrag ging, dat de uitspraak slechts directe gevolgen heeft voor de rechtsbetrekking tussen verzoeker en gedaagde, en dat de onduidelijkheid niet door een voorlopige voorziening kan worden opgeheven. Het verzoek werd daarom afgewezen en verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.