ECLI:NL:CRVB:2005:AU5325
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens onjuiste opgave woonadres bevestigd
Verzoeker ontving sinds 17 juli 2001 bijstand en werd bij besluit van 3 november 2004 zijn bijstandsuitkering beëindigd wegens onjuiste opgave van zijn woonadres. Gedaagde stelde vast dat tijdens huisbezoeken geen persoonlijke bezittingen van verzoeker op het opgegeven adres werden aangetroffen, wat leidde tot twijfel over zijn daadwerkelijke woonplaats.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond, maar oordeelde in een eerdere uitspraak dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond om te concluderen dat verzoeker niet woonde op het opgegeven adres. Wel werd vastgesteld dat verzoeker onduidelijkheid had gecreëerd over zijn woon- en verblijfsituatie, wat in strijd was met zijn informatieplicht.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat verzoeker de inlichtingenplicht heeft geschonden door een onjuist woonadres op te geven. Dit maakt het onmogelijk het recht op bijstand vast te stellen. De Raad bevestigt daarom het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering met ingang van 1 augustus 2004 en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De beëindiging van de bijstandsuitkering wegens onjuiste opgave van het woonadres wordt bevestigd.