ECLI:NL:CRVB:2005:AU5332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekerd zijn voor Algemene Kinderbijslagwet wegens ontbreken ingezetenschap
Appellant, sinds 1983 ontvanger van een WAO-uitkering en woonachtig in Nederland sinds 1966, verbleef vanaf 2000 grotendeels in Marokko bij zijn tweede echtgenote. Gedaagde stelde dat appellant sinds het tweede kwartaal van 2003 niet langer verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) omdat hij niet meer als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt.
De rechtbank had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, stellende dat het middelpunt van het maatschappelijk leven van appellant niet langer in Nederland was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat appellant zich feitelijk in Marokko heeft gevestigd, mede gelet op langdurige verblijven daar, het opzeggen van zijn woning in Nederland en het ontbreken van economische binding met Nederland.
Hoewel appellant een sterke juridische en sociale binding met Nederland aanvoerde, acht de Raad dit onvoldoende om het ingezetenschap te handhaven. De beleidsregels van gedaagde ondersteunen dat bij vertrek met de intentie zich definitief elders te vestigen het ingezetenschap eindigt op het moment van feitelijk vertrek. De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt het besluit dat appellant niet langer verzekerd is voor de AKW.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd en derhalve niet verzekerd is voor de Algemene Kinderbijslagwet.