ECLI:NL:CRVB:2005:AU5494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag aan zeeman met Indonesische nationaliteit
Appellant, een zeeman varend op schepen met de Nederlandse vlag en met de Indonesische nationaliteit, vorderde kinderbijslag over de kwartalen 2 tot en met 4 van 2003. Hij heeft een in Indonesië woonachtige vrouw en vier kinderen. De Sociale Verzekeringsbank weigerde de uitkering, hetgeen door de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het werken aan boord van een schip niet gelijkgesteld kan worden met het verrichten van werk binnen Nederland, zoals vereist voor kinderbijslag onder de Algemene Kinderbijslagwet. Bovendien was appellant pas per 1 december 2003 in het bezit van een verblijfstitel en verbleef hij voornamelijk buitengaats of bij zijn gezin in Indonesië.
De Raad acht de economische en sociale binding met Nederland onvoldoende om hem als ingezetene aan te merken. De aangevoerde feiten in hoger beroep vormen een herhaling van eerdere argumenten die reeds zijn meegewogen en niet tot een ander oordeel leiden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van dit oordeel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende binding met Nederland.