ECLI:NL:CRVB:2005:AU5520
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting huurbijdrage na overlijden Wuv-gerechtigde partner
Eiseres, weduwe van een in 2003 overleden Wuv-gerechtigde, maakte bezwaar tegen de hoogte van de voortgezette huurbijdrage, omdat deze was berekend op het gezinsinkomen ten tijde van haar echtgenoots leven. Zij stelde dat door het wegvallen van het inkomen de bijdrage onbillijk hoog was en wees erop dat haar nabestaandenuitkering niet tot uitbetaling kwam vanwege eigen inkomsten.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 21a, derde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 de voortzetting van niet-persoonsgebonden voorzieningen, zoals de huurbijdrage, voor een beperkte periode wordt geregeld. De huurbijdrage wordt voortgezet op het laatst genoten bedrag, zonder herberekening op basis van gewijzigde inkomenssituatie. Dit beleid is in overeenstemming met het later vastgestelde Besluit en de wetsgeschiedenis.
De Raad oordeelde dat de door eiseres aangevoerde omstandigheden, hoewel begrijpelijk, niet tot een andere beoordeling leiden. De wetgever heeft bewust gekozen voor een beperkte verzachting van inkomensgevolgen na overlijden, niet voor volledige compensatie of herbeoordeling van de financiële situatie.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot voortzetting van de huurbijdrage zonder herberekening wordt gehandhaafd.