ECLI:NL:CRVB:2005:AU5536

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6504 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
  • H.R. Geerling-Brouwer
  • G.F. Walgemoed
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding psycho-therapeutische behandelingen door niet-BIG-geregistreerde therapeut niet toegestaan

Eiser, erkend als vervolgingsslachtoffer, ontving vergoeding voor psycho-therapeutische behandelingen door drs. D. Sissingh, die niet in het BIG-register staat ingeschreven. Verweerster besloot de vergoeding per 1 januari 2005 te beëindigen vanwege het ontbreken van registratie.

Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en bracht aanvullende verklaringen in. De Raad oordeelde dat het besluit van 1 juli 2004 slechts een voornemen was zonder rechtsgevolg en daarom niet als een besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt. Hierdoor kon het bestreden besluit niet in stand blijven.

De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.

De uitspraak bevestigt dat vergoeding van behandelingen door niet-BIG-geregistreerde therapeuten niet kan worden toegekend, maar benadrukt dat het voornemen om dit te wijzigen geen besluit was en dus niet rechtsgeldig was.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard; vergoeding van behandelingen door niet-BIG-geregistreerde therapeut blijft tot 1 januari 2005 gehandhaafd.

Uitspraak

04/6504 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verweerster heeft onder dagtekening 18 oktober 2004, kenmerk JZ/S80/2004/0681, ten aanzien van eiser een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Namens eiser is tegen dit besluit bij de Raad beroep ingesteld door mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat te Den Haag. In een aanvullend beroepschrift (met bijlagen) is aangegeven waarom eiser zich niet met het bestreden besluit kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 5 juli 2005 is namens eiser nog een verklaring van drs. H.M.J. Wester psychotherapeut/ psycholoog d.d. 25 juni 2005 in het geding gebracht.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 8 september 2005. Aldaar is eiser in persoon verschenen, bijgestaan door mr. E.R. Schenkhuizen voornoemd, als zijn raadsman. Verweerster heeft zich doen vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Bij besluit van 29 april 1992 heeft verweerster eiser, die is geboren [in] 1938 te [plaats] in het voormalige Nederlands-Indië, erkend als vervolgde in de zin van de Wet. Als zodanig is hem onder andere toegekend een vergoeding van de kosten van door de behandelende geneesheer voorgeschreven medische behandeling en medicijnen, verband houdende met of voortvloeiende uit de door de vervolging ontstane of verergerde psychische klachten. Onder deze medische behandeling wordt verstaan behandeling door een psychiater of (gekwalificeerde) psychotherapeut, voor zover de kosten niet op andere wijze worden gedekt en zolang een medische noodzaak zich voordoet. Voorts worden vergoed de kosten verbonden aan het openbaar vervoer tussen eisers woonadres en het praktijkadres van de behandelend therapeut.
Na verwijzing in januari 1990 door zijn huisarts H.G. Bessem te Twello voor behandeling door een psycholoog is eiser in behandeling gekomen bij de psycholoog drs. D. Sissingh te Diemen.
Eiser heeft op 10 juli 1992 declaraties van kosten van die behandeling ingediend bij verweerster. Verweerster is overgegaan tot vergoeding van de declaraties. Vervolgens heeft verweerster ook daarna tot en met 31 oktober 2003 alle door eiser gedeclareerde kosten ter zake van behandeling en daarmee samenhangende kosten door psycholoog/ therapeut D. Sissingh, betaald.
Bij besluit van 1 juli 2004 met toelichtende brief heeft verweerster aangegeven de kosten verbonden aan psycho-therapeutische behandelingen door drs. D. Sissingh nog éénmaal te hebben vergoed. Verweerster heeft hierbij overwogen dat de therapeut D. Sissingh niet staat ingeschreven in het register voor beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), reden waarom deze kosten vanaf dat moment niet meer voor vergoeding in aanmerking komen.
Na tegen dat besluit gemaakt bezwaar, gericht tegen de door verweerster voor de toekomst in het vooruitzicht gestelde gedragslijn, heeft verweerster bij het thans bestreden besluit bepaald dat de declaraties van eiser betreffende behandelingen door D. Sissingh tot 1 januari 2005 alsnog voor vergoeding in aanmerking zullen komen. Verweerster blijft van mening dat D. Sissingh niet kan worden aangemerkt als een gekwalificeerd therapeut omdat hij niet is ingeschreven in het zogenoemde BIG-register. In verband hiermee is aangekondigd dat vanaf 1 januari 2005 de behandelingen door D. Sissingh niet meer voor vergoeding in aanmerking komen.
De Raad dient antwoord te geven op de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen door eiser in beroep is aangevoerd, in rechte stand kan houden.
Ambtshalve heeft de Raad in dit verband vooreerst de vraag te beantwoorden of verweerster eiser terecht heeft ontvangen in zijn bezwaar. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.
Bij het besluit van 1 juli 2004 is aan eiser conform de door hem ingediende declaratie vergoeding verleend. De Raad is van oordeel dat de in de toelichtende brief van 1 juli 2004 neergelegde overwegingen met betrekking tot de toekomst niet méér inhouden dan het uitspreken van een voornemen, waarvan bij het besluit op een aanvullende aanvraag ten aanzien van die periode aan de hand van de zich dan voordoende omstandigheden alleszins kan worden afgeweken. Een dergelijk voornemen is niet gericht op enig rechtsgevolg en kan derhalve niet worden aangemerkt als besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb).
Reeds op grond hiervan kan het bestreden besluit niet in rechte standhouden zodat het ingestelde beroep gegrond verklaard dient te worden en het bezwaar alsnog niet ontvankelijk moet worden verklaard. Derhalve kan de Raad aan de overige grieven van eiser niet meer toekomen.
De Raad acht, ten slotte termen aanwezig om verweerster te veroordelen in de proceskosten van eiser, welke zijn begroot op € 644,-- als kosten van verleende rechtsbijstand, en op € 24,62 als reiskosten van eiser, totaal derhalve € 668,62.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Verklaart het bezwaar tegen het besluit van 1 juli 2004 niet-ontvankelijk;
Bepaalt dat de Pensioen- en Uitkeringsraad aan eiser het in dit geding betaalde griffierecht ad € 35,-- vergoedt;
Veroordeelt verweerster in de proceskosten van eiser tot een bedrag groot € 668,62, te betalen door de Pensioen- en Uitkeringsraad.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens als voorzitter en mr. H.R. Geerling-Brouwer en mr. G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2005.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) E. Heemsbergen.