ECLI:NL:CRVB:2005:AU5548
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Toekenning periodieke uitkering oorlogsgetroffene: hoogte grondslag en ingangsdatum
Eiser, getroffen door oorlogsgeweld in 1989, vroeg in mei 2002 een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogs-slachtoffers 1940-1945. Verweerster kende de uitkering toe met ingang van 1 mei 2002, de datum van aanvraag, en stelde de grondslag vast op basis van het laatstverdiende loon als stratenmaker.
Eiser betwistte de hoogte van de grondslag en de ingangsdatum van de uitkering. De Raad oordeelde dat de ingangsdatum correct was vastgesteld volgens artikel 40 van Pro de Wet, zonder bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Wel werd geoordeeld dat de grondslag niet deugdelijk was gemotiveerd omdat deze niet was geactualiseerd naar het jaar van aanvraag.
De Raad vernietigde daarom het besluit voor zover het de hoogte van de grondslag betreft en bepaalde dat verweerster een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerster veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit over de hoogte van de grondslag van de periodieke uitkering wordt vernietigd en verweerster moet een nieuw besluit nemen; de ingangsdatum blijft ongewijzigd.