ECLI:NL:CRVB:2005:AU5555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten van procedures uit 1999
Appellant heeft op 31 december 1999 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van diverse kosten zoals griffiekosten, reiskosten, verzendkosten en kopieerkosten die verband houden met procedures uit 1999. Deze aanvraag werd op 14 februari 2000 afgewezen en het bezwaar hiertegen werd op 9 mei 2000 niet-ontvankelijk verklaard. Na een uitspraak van de rechtbank die het bezwaarbesluit vernietigde, nam het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven op 9 juli 2002 een nieuw besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand voor dergelijke kosten in beginsel kan worden toegekend indien rechtsbijstand krachtens toevoeging is verleend, wat hier niet het geval was. Daarnaast moet appellant met concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk maken dat de kosten noodzakelijk waren. De Raad stelde vast dat de nota’s voor griffierecht wel op naam van appellant stonden, maar dat de overige kosten niet altijd aan appellant waren toe te schrijven of niet duidelijk waren betaald door appellant.
Verder waren sommige nota’s gedateerd van vóór de aanvraagdatum, waardoor bijzondere bijstand daarvoor in principe niet kan worden verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, wat hier niet is gebleken. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.