ECLI:NL:CRVB:2005:AU5562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAO-dagloon inclusief eenmalige prijscompensatie volgens Bouw-CAO
De zaak betreft een geschil over de berekening van het WAO-dagloon van gedaagde, waarbij de vraag centraal stond of een eenmalige prijscompensatie uit het principeakkoord van de Bouw-CAO bij het dagloon moet worden betrokken. Gedaagde ontving een WAO-uitkering vanaf januari 2002, waarbij het dagloon was vastgesteld zonder rekening te houden met deze prijscompensatie.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), had het bezwaar van gedaagde deels gegrond verklaard door de mate van arbeidsongeschiktheid aan te passen, maar weigerde de prijscompensatie mee te nemen in het dagloon. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en onjuiste interpretatie van de CAO-bepalingen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de eenmalige prijscompensatie als een loonswijziging moet worden beschouwd die in het dagloon moet worden meegenomen, ongeacht of gedaagde op het moment van de compensatie daadwerkelijk in dienst was. De Raad vernietigt het besluit voor zover het het bezwaar tegen het oorspronkelijke toekenningsbesluit betreft en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit dat de eenmalige prijscompensatie niet in het WAO-dagloon wordt meegenomen wordt vernietigd.