ECLI:NL:CRVB:2005:AU5564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaarschrift tegen intrekking ziekengeld
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde het bezwaar van gedaagde tegen het besluit van 10 juli 2003 niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift van 4 augustus 2003 onvoldoende gemotiveerd was en de termijn om dit te herstellen te kort was.
De rechtbank Leeuwarden vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar ontvankelijk, omdat het besluit van 10 juli 2003 summier was gemotiveerd en de gemachtigde van gedaagde niet over de onderliggende stukken beschikte toen hij de gronden moest aanvullen. De rechtbank vond de termijn van één week onredelijk kort.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, stellende dat een summiere motivering in het bezwaarschrift kan volstaan indien sprake is van een concrete bezwaargrond. Gedaagde stelde dat zij sinds 3 juni 2003 ziek was en daardoor niet kon werken, wat een concrete grond is.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde en bepaalt dat appellant een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar tegen het besluit van 10 juli 2003.
Uitkomst: Het bezwaar van gedaagde is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.