ECLI:NL:CRVB:2005:AU5565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over ongeschiktheid voor arbeid en deugdelijkheid motivering bestreden besluit Ziektewet
Gedaagde was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek wegens pijnklachten in de linkerschouder, aanvankelijk gediagnosticeerd als bursitis. Het UWV verklaarde hem per 24 juli 2001 niet langer ongeschikt voor arbeid. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en oordeelde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
Gedaagde diende in beroep aanvullende medische informatie in van een neuroloog, die een radiculair syndroom C7 links vaststelde in plaats van bursitis. De rechtbank accepteerde dit stuk ondanks het overschrijden van de termijn van 10 dagen voor de zitting, wat het UWV aanvocht wegens schending van procesregels.
De Centrale Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het stuk heeft geaccepteerd zonder appellant de gelegenheid te geven hierop te reageren, wat een schending van de goede procesorde is. Inhoudelijk concludeert de Raad dat de nieuwe diagnose niet leidt tot andere beperkingen op de datum in geding, en dat het bestreden besluit wel degelijk deugdelijk is gemotiveerd. Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.