ECLI:NL:CRVB:2005:AU5594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvorderingsbedrag onverschuldigde bijstand en vernietiging eerdere uitspraak
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 6 november 2001, maar deze werd ingetrokken met ingang van 26 maart 2002 wegens het niet melden van inkomsten uit arbeid. Gedaagde vorderde terugbetaling van € 2.834,40 over de periode 26 maart tot en met 30 juni 2002. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugvorderingsbedrag niet-ontvankelijk en het beroep voor het overige ongegrond.
In hoger beroep betwistten appellanten dat het bedrag daadwerkelijk was uitbetaald, maar konden zij dit niet met bewijs onderbouwen. Gedaagde overlegde een betalingsoverzicht waaruit bleek dat de bijstand was uitbetaald. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het verzoek tot vaststelling van het terugvorderingsbedrag als een wijzigingsbesluit had opgevat, waardoor het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom de uitspraak voor zover het ging om het terugvorderingsbedrag, verklaarde het beroep gegrond, stelde het terug te vorderen bedrag ambtshalve vast op € 2.827,05 en veroordeelde gedaagde tot betaling van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag van onverschuldigde bijstand wordt vastgesteld op € 2.827,05 en het beroep tegen het besluit wordt gegrond verklaard.