ECLI:NL:CRVB:2005:AU5603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van der Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieheffing bij niet-verantwoorde arbeidsuren en brutering bij illegale werknemers
Appellante exploiteert een tuinbouwbedrijf waar tijdens een bedrijfscontrole zeven werknemers werden aangetroffen die niet rechtmatig in Nederland verbleven. De belastingdienst stelde vast dat in 1999 en 2000 meer arbeidsuren waren gewerkt dan opgegeven, waarop een naheffingsaanslag werd opgelegd. Appellante voerde aan dat zij personeel had ingeleend van een uitzendbureau, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelt dat appellante terecht als werkgever is aangemerkt en dat het aan haar is om aan te tonen dat zij gebruik heeft gemaakt van arbeidskrachten die op grond van de Koppelingswet niet verzekerd zijn. Appellante heeft geen administratie over de periode en omvang van deze arbeidskrachten bijgehouden, noch gegevens over hun verblijfsstatus.
Verder is vastgesteld dat betalingen zijn gedaan aan werknemers zonder bekende gegevens, waardoor de brutering naar het anoniementarief terecht is toegepast. De Raad bevestigt het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en wijst het hoger beroep af, zonder appellante in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante premies moet betalen over niet-verantwoorde arbeidsuren en dat de brutering terecht is toegepast.