ECLI:NL:CRVB:2005:AU5620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding behandeling littekens wegens ontbreken lichamelijke functiestoornis
Appellante, die in 2001 een ongeval had met letsel in het gezicht, verzocht om vergoeding van een behandeling van haar littekens middels injecties. De zorgverzekeraar wees dit verzoek af omdat volgens medisch advies geen sprake was van een lichamelijke functiestoornis of verminking zoals vereist in de regelgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad onderschreef het oordeel van de medisch adviseurs van zowel de zorgverzekeraar als het College voor Zorgverzekeringen dat er geen verminking aanwezig was.
Appellante stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van een verminking, maar dit werd niet gegrond bevonden. De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten te veroordelen en wees het hoger beroep af, waarmee de eerdere beslissing in stand bleef.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de behandeling van littekens wordt afgewezen wegens het ontbreken van een lichamelijke functiestoornis of verminking.