ECLI:NL:CRVB:2005:AU5646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid als heftruckchauffeur na medische klachten
Appellant was tot augustus 2001 heftruckchauffeur en ontving daarna een WW-uitkering. Op 1 januari 2002 meldde hij zich ziek met keelklachten, hoesten en benauwdheid. Een verzekeringsarts verklaarde hem op 27 maart 2002 hersteld. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaarproces onzorgvuldig was omdat de bezwaarverzekeringsarts verkeerde medische informatie gebruikte, geen nieuw medisch onderzoek deed en dat zijn slokdarmklachten al eerder aanwezig waren. De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts appellant op 28 mei 2002 heeft gehoord en aanvullende medische informatie van de huisarts ontving.
Op basis van deze gegevens concludeerde de bezwaarverzekeringsarts dat appellant alleen last had van chronische pharyngitis door roken en mogelijk hypochondrie, maar dat dit geen beperkingen voor het werk als heftruckchauffeur opleverde. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en bevestigde dat appellant geschikt was voor zijn voormalige arbeid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant is geschikt voor zijn voormalige arbeid als heftruckchauffeur.