ECLI:NL:CRVB:2005:AU5664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een nabestaandenuitkering die werd ingetrokken nadat een onderzoek uitwees dat zij sinds november 1998 een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner zonder dit te melden. De Raad baseert zich op objectieve criteria zoals gezamenlijk hoofdverblijf en wederzijdse zorg, bevestigd door getuigenverklaringen en eigen verklaringen van appellante.
De Raad oordeelt dat de gewijzigde woonsituatie na 2000 niet relevant is voor de beoordeling, omdat het gaat om de situatie per 1 november 1998. Appellante heeft haar inlichtingenplicht geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, waardoor de uitkering terecht is ingetrokken.
De grief dat gedaagde had moeten onderzoeken na een adreswijziging wordt verworpen, omdat appellante steeds verklaarde alleen op het adres te wonen. De uitspraak van de rechtbank Alkmaar wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.