ECLI:NL:CRVB:2005:AU5667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellanten voerden hoger beroep tegen de intrekking van een bijstandsuitkering en de terugvordering van kosten door het College van burgemeester en wethouders van Almelo. De intrekking was gebaseerd op het feit dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met appellant, hetgeen niet was gemeld, waardoor de inlichtingenplicht werd geschonden.
De sociale recherche stelde na onderzoek vast dat sinds 1 juli 2002 sprake was van een gezamenlijke huishouding. Dit werd bevestigd door huisbezoeken, verklaringen van appellanten en administratief onderzoek. De Raad hechtte waarde aan de verklaringen die ondertekend waren en zag geen aanwijzingen voor dwang of onvrijwilligheid.
De Raad oordeelde dat appellante niet als zelfstandig subject van bijstand kon worden beschouwd en bevestigde de intrekking van de uitkering over de periode 1 juli 2002 tot en met 31 januari 2003. Tevens werd de terugvordering van de kosten van bijstand van zowel appellante als appellant gehandhaafd, omdat geen dringende redenen voor afzien van terugvordering waren gebleken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Almelo bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd.