ECLI:NL:CRVB:2005:AU5668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens onvoldoende binding met Nederland op peildatum
Appellant, sinds 1973 woonachtig in Nederland en houder van de Nederlandse nationaliteit, vertrok in juli 2001 naar Turkije, waar zijn gezin reeds verbleef. Hij schreef zich uit de Gemeentelijke Basis Administratie uit en hield zijn huurwoning niet aan. Op 20 september 2002 keerde hij terug naar Nederland en vroeg kinderbijslag aan met ingang van het vierde kwartaal 2002.
De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat appellant op de peildatum niet als ingezetene kon worden aangemerkt, noch werkzaam was in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat ingevolge de AKW ingezetene is degene die in Nederland woont, waarbij de mate van sociale, economische en juridische binding met Nederland bepalend is. Hoewel appellant de Nederlandse nationaliteit bezit en zijn juridische binding sterk is, was zijn economische binding onvoldoende omdat hij tot augustus 2003 geen zelfstandige woonruimte had en zijn sociale binding onvoldoende omdat hij tot die tijd grotendeels in Turkije verbleef.
De Raad concludeerde dat de sociale binding pas hersteld was vanaf het moment dat appellant met zijn gezin definitief in Nederland woonde. Hierdoor was appellant op de peildatum geen ingezetene in de zin van de AKW en was de afwijzing van kinderbijslag terecht.
Uitkomst: De aanvraag kinderbijslag wordt afgewezen omdat appellant op de peildatum geen ingezetene was in de zin van de AKW.