ECLI:NL:CRVB:2005:AU5708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij boetenota
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar bezwaar tegen een boetenota niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift. De termijn voor het indienen van bezwaar bedroeg zes weken, welke niet is gerespecteerd.
Appellante voerde aan dat de termijn verkeerd was berekend omdat het besluit later was verzonden dan de dagtekening, en dat de geringe termijnoverschrijding door een menselijke vergissing disproportioneel was. Tevens stelde zij dat de bestuursrechter op grond van artikel 6:11 Awb Pro de mogelijkheid had om het bezwaar toch ontvankelijk te verklaren.
De Raad oordeelde dat de wettelijke termijnen van openbare orde zijn en dat de bestuursrechter geen discretionaire bevoegdheid heeft om een termijnoverschrijding te vergoeden. De rechtsmiddelenvoorlichting vermeldde duidelijk de termijn van zes weken vanaf de dag na de dagtekening. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de boetenota wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.