ECLI:NL:CRVB:2005:AU5736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht onder managementovereenkomst
Appellant had medio 2002 zijn accountants- en administratiepraktijk inclusief cliëntenbestand overgedragen aan een B.V. en sloot tegelijkertijd een managementovereenkomst waarbij hij werkzaamheden voor deze B.V. verrichtte. De vraag was of appellant vanaf 1 januari 2003 verplicht verzekerd was in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad stelde vast dat appellant gehouden was tot persoonlijke dienstverrichting, aangezien vervanging slechts beperkt mogelijk was door gekwalificeerde derden met impliciete toestemming van de B.V. Appellant bleef de hoofdverantwoordelijke en er bestond een gezagsrelatie, ondanks enige vrijheid in de uitvoering van zijn werkzaamheden. Dit bleek uit kwaliteitsnormen, controle op resultaten en uren, en de mogelijkheid tot aanwijzingen en toezicht.
De vaste vergoeding per uur werd aangemerkt als loon. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat geen specifieke omstandigheden bestonden die twijfel over het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking konden rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht van appellant worden bevestigd.