ECLI:NL:CRVB:2005:AU5791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en medische beperkingen bij sikkelcelanemie
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel uit wegens klachten aan schouders, armen, nek en handen, mede veroorzaakt door sikkelcelanemie. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar pijnklachten en voetproblemen. Diverse medische rapporten werden overgelegd, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen adequaat waren meegenomen en de geduide functies passend waren.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende onderbouwd was. De Raad wees op het ontbreken van een aanmerkelijke verslechtering van de aandoening en bevestigde dat appellante geschikt was voor lichte, gewrichtsparende arbeid.
De Raad corrigeerde wel de geschiktheid voor één functie (assistente consultatiebureau) vanwege rugbelasting, maar achtte andere functies, waaronder receptioniste/telefoniste, passend. Het verlies aan verdiencapaciteit werd niet onderschat en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.