ECLI:NL:CRVB:2005:AU5797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks arbeidsongeschiktheid en werkhervatting
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van gedifferentieerde premiepercentages voor de WAO over de jaren 1999 tot en met 2001, omdat bij de bepaling rekening was gehouden met de uitkering aan een werknemer die vanaf 5 september 1996 arbeidsongeschikt was. De werknemer had in april 1997 tijdelijk werk hervat bij een andere werkgever, maar de klachten bleven bestaan en werden zelfs erger, waarna de uitkering werd voortgezet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de arbeidsongeschiktheid onafgebroken was en de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid niet relevant is voor de premievaststelling. In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar de Raad stelde vast dat de werknemer doorlopend arbeidsongeschikt bleef tot de intrekking van de uitkering in 1998.
De Raad benadrukte dat hij niet bevoegd is om de billijkheid van de wettelijke regeling te beoordelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep besloot daarom de aangevallen uitspraak te bevestigen en de vastgestelde gedifferentieerde premiepercentages te handhaven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gedifferentieerde WAO-premie terecht is vastgesteld ondanks tijdelijke werkhervatting van de werknemer.