ECLI:NL:CRVB:2005:AU5801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep tegen niet-ontvankelijk verklaard bezwaar bij intrekking WAO-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit tot intrekking van haar WAO-uitkering, maar dit bezwaar werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde vervolgens het beroep van appellante tegen deze niet-ontvankelijkverklaring eveneens niet-ontvankelijk.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het beroep bij de rechtbank wel ontvankelijk was, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Raad beoordeelt vervolgens zelf het bezwaar en komt tot de conclusie dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat appellante niet tijdig bezwaar heeft gemaakt en haar aangevoerde redenen onvoldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen.
De Raad wijst ook de proceskostenvergoeding af omdat geen kosten zijn aangetoond die voor vergoeding in aanmerking komen. De Raad bepaalt dat het UWV appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht moet vergoeden.
De uitspraak bevestigt dat een brief waarin appellante aangeeft geen bezwaar te maken niet als bezwaarschrift kan worden aangemerkt en dat het ontbreken van een verblijfsvergunning geen geldige reden is voor het late bezwaar.
Uitkomst: Het beroep wordt ontvankelijk verklaard, het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep wordt ongegrond verklaard.