ECLI:NL:CRVB:2005:AU5898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsbeperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 13 februari 2002. De Raad van bestuur van het UWV had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
In hoger beroep is medische informatie overgelegd, waaronder verklaringen van de huisarts en een psychiatrisch rapport. De Raad concludeert dat deze verklaringen niet aantonen dat appellante op de datum van intrekking arbeidsbeperkingen had die haar werk als inpakster op 32 uur per week belemmerden.
De Raad sluit zich aan bij de eerdere beoordeling van de rechtbank en de verzekeringsartsen, die op basis van uitgebreid onderzoek en deskundigenrapporten oordeelden dat geen sprake was van relevante beperkingen. De taak in het huishouden blijft buiten beschouwing. De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen relevante arbeidsbeperkingen zijn vastgesteld.