ECLI:NL:CRVB:2005:AU5920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezagsverhouding en persoonlijke dienstverrichting bij typewerk advocatenkantoor
Appellante, een advocatenkantoor, maakte gebruik van betrokkenen voor typewerkzaamheden. Na een controle in 2001 legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen correctienota’s en boetenota’s op wegens het niet afdragen van premies en het niet doen van loonopgave.
De rechtbank vernietigde het besluit over de gezagsverhouding, maar handhaafde de rechtsgevolgen vanwege het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Appellante stelde hoger beroep in tegen de bevestiging van deze gevolgen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er sprake was van een gezagsverhouding en een verplichting tot persoonlijke dienstverrichting, mede vanwege het wezenlijke karakter van het typewerk binnen de bedrijfsvoering, het ontbreken van vervanging door derden en het belang van privacy van cliënten. De correctienota’s, boetenota’s en verzuimregistratie werden daarom in stand gehouden.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gezagsverhouding en verplichting tot persoonlijke dienstverrichting, waardoor correctienota’s en boetenota’s terecht zijn opgelegd.