ECLI:NL:CRVB:2005:AU5926

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2937 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling door Centrale Raad van Beroep

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. Vervolgens trok het UWV het hoger beroep in bij brief van 15 juli 2005. De gedaagde verzocht daarop om veroordeling van het UWV in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat, gelet op de intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het passend was het UWV te veroordelen in de proceskosten van de gedaagde.

De proceskosten werden vastgesteld op € 322,-- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Beide partijen stemden schriftelijk in met afdoening buiten zitting. De uitspraak werd op 9 november 2005 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk, waarmee de proceskostenveroordeling definitief is. De uitspraak bevestigt de regel dat bij intrekking van hoger beroep door een bestuursorgaan de kosten van de wederpartij vergoed moeten worden.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van € 322 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/2937 WW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,
en
[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, thans verzoeker.
I. INLEIDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem tussen partijen gegeven uitspraak van 21 april 2004, nummer AWB 03/1770.
Bij schrijven van 15 juli 2005 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 4 augustus 2005 heeft mr. H.W. Bemelmans te Nijmegen namens gedaagde verzocht appellant in de proceskosten te veroordelen.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Nu het hoger beroep door appellant is ingetrokken, is er aanleiding om appellant met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van gedaagde, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,-- aan kosten van rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag groot € 322, --, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, aan de griffier van de Raad.
Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 november 2005.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) P. van der Wal.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.