ECLI:NL:CRVB:2005:AU5967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Fooienbesluit op niet-bedienend personeel in horecaonderneming
Appellante exploiteert een Chinees-Indisch restaurant en werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gecontroleerd op naleving van het minimumloon en de juiste loonwaardering, waaronder de toepassing van het Fooienbesluit 1989 en 2002. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard, vooral met betrekking tot premieplicht en boetenota’s over betalingen aan anonieme derden.
In hoger beroep stond centraal of het Fooienbesluit 1989 en het Fooienbesluit 2002 van toepassing zijn op werknemers die niet in de bediening werkzaam zijn, zoals koks. De Raad bevestigde dat het Fooienbesluit 1989 geldt voor alle werknemers onder de CAO horeca, inclusief koks, maar verwierp de toepassing van het Fooienbesluit 2002 op niet-bedienend personeel. Artikel 3 van Pro het Fooienbesluit 2002 is volgens de Raad expliciet beperkt tot bedienend personeel.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat het Fooienbesluit 2002 op de kok toepaste en beval aanpassing van correctie- en boetenota’s. Tevens veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten.
Uitkomst: Het Fooienbesluit 2002 is niet van toepassing op niet-bedienend personeel zoals koks; correctie- en boetenota’s worden dienovereenkomstig aangepast.