ECLI:NL:CRVB:2005:AU6003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na faillissement appellant
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat aan een voormalig werkneemster een WAO-uitkering toekende. Na afwijzing van het bezwaar door het Uwv en bevestiging door de rechtbank Utrecht, werd hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Gedurende de procedure werd appellante failliet verklaard. De curator gaf aan dat voortzetting van de procedure niet in het belang van de boedel was en nam de procedure niet over. Appellante verscheen niet ter zitting en gaf geen blijk van eigen belang bij voortzetting.
De Raad concludeerde dat door het ontbreken van procesbelang het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het faillissement van appellante.