ECLI:NL:CRVB:2005:AU6047
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking uitkering wegens onvoldoende medewerking in begeleidingstraject
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering die was omgezet naar de norm voor gehuwden omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner. De partner werd meerdere keren opgeroepen voor een begeleidingstraject gericht op werk, maar gaf hier geen gehoor. Hierdoor heeft het college het recht op bijstand van verzoekster en haar partner opgeschort en later ingetrokken.
Verzoekster stelde dat zij en haar partner geen gezamenlijke huishouding voeren en dat de opschorting en intrekking ten onrechte op haar uitkering zijn toegepast. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het recht op bijstand sinds de omzetting naar de gehuwdennorm een gezinsbijstand betreft en dat het niet nakomen van verplichtingen door één partner gevolgen heeft voor beiden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de uitkering op grond van artikel 54 van Pro de WWB. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.