ECLI:NL:CRVB:2005:AU6056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en verrekening WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering die werd gekort vanwege inkomsten uit arbeid. De uitkeringsinstantie vorderde bij besluit van 13 augustus 2002 de teveel betaalde bedragen terug over de periode van 29 maart 1999 tot 1 juni 2000, waarbij een nabetaling over de periode van 1 juni 2000 tot 3 augustus 2001 werd verrekend.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard maar later ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de terugvordering niet ziet op de periode van 1 juni 2000 tot 3 augustus 2001 en dat het terug te betalen bedrag het saldo is van de terugvordering minus de nabetaling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de nabetaling onjuist was vastgesteld en dat er eigenlijk een nabetaling had moeten plaatsvinden in plaats van een terugvordering. De Raad oordeelde dat de terugvordering en verrekening correct waren vastgesteld, mede op basis van de specificaties en besluiten uit 2002, en dat het hoger beroep niet slaagt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en verrekening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.