ECLI:NL:CRVB:2005:AU6057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke terugvordering ANW-uitkering na toekenning WAO-uitkering
Appellant diende een aanvraag in voor een inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering (ANW) na het overlijden van zijn echtgenote. Na toekenning van een WAO-uitkering werd de ANW-uitkering herzien en teruggevorderd wegens onverschuldigde betaling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvordering ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de Sociale Verzekeringsbank in redelijkheid tot halvering van het terug te vorderen bedrag kon besluiten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom niet geheel van terugvordering werd afgezien, gezien zijn financiële en sociale omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 53 van Pro de Anw terugvordering kan worden beperkt of achterwege blijven bij dringende redenen, welke hier waren aangenomen vanwege de onaanvaardbare financiële gevolgen voor appellant.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit, waarin de terugvordering werd gehalveerd en de incasso voor een jaar werd opgeschort, de rechterlijke toetsing kan doorstaan. Het feit dat de Sociale Verzekeringsbank later besloot tot volledige kwijtschelding wegens oninbaarheid doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke terugvordering van de ANW-uitkering wegens dringende redenen.