ECLI:NL:CRVB:2005:AU6165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf augustus 1998 een bijstandsuitkering volgens de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme tip over samenwoning met appellant startte de gemeente Breda een fraudeonderzoek, waarbij dossieronderzoek en getuigenverhoren plaatsvonden. Uit het onderzoek bleek dat appellanten vanaf september 2000 tot oktober 2002 een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet aan de gemeente was gemeld.
De gemeente beëindigde daarom per 1 oktober 2002 het recht op bijstand van appellante en verklaarde bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze besluiten, waarna appellanten hoger beroep instelden. Zij voerden aan dat zij geen gezamenlijke huishouding hadden en dat hun verklaringen onder druk waren afgelegd, maar de Raad verwierp deze stellingen op grond van consistente verklaringen en het ontbreken van klachten over het verhoor.
De Raad oordeelde dat appellanten hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor was de bijstand ten onrechte verleend en moest deze worden ingetrokken en teruggevorderd. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd.