ECLI:NL:CRVB:2005:AU6333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor meerkosten bril boven gemeentelijk beleid
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een bril, waarvan het totaalbedrag hoger was dan het door de gemeente Hellevoetsluis gehanteerde maximale bedrag. De gemeente verleende bijzondere bijstand tot het beleidsmaximum en wees het bezwaar hiertegen af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde dat het gemeentelijke beleid, dat uitgaat van de goedkoopste adequate voorziening en een maximumvergoeding hanteert, binnen redelijke beleidsgrenzen valt en strookt met het complementaire karakter van de Algemene bijstandswet. Appellant stelde dat hij een licht montuur nodig had en speciale glazen die hogere kosten met zich meebrachten, maar kon dit niet met objectieve medische gegevens aantonen.
De verklaringen van de opticien en andere stukken gaven slechts een wenselijkheid aan, geen strikte noodzaak. Daarom oordeelde de Raad dat de meerkosten niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoren zoals bedoeld in artikel 39 van Pro de Abw. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor de meerkosten van de bril wordt afgewezen omdat deze niet als noodzakelijke kosten van het bestaan worden aangemerkt.