ECLI:NL:CRVB:2005:AU6336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van premiedifferentiatie WAO ondanks beroep op vertrouwensbeginsel ex-werknemers
Appellante stelde beroep in tegen besluiten van het UWV betreffende de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over de jaren 2001 en 2002. De premies waren mede gebaseerd op WAO-uitkeringen aan twee ex-werknemers die voor 1 januari 1998 in dienst waren genomen. Appellante voerde aan dat zij verzekerd was dat geen financieel risico zou worden gelopen bij hernieuwde arbeidsongeschiktheid van deze werknemers, onderbouwd met een brief van het UWV.
De Raad overwoog dat de no-risk polis, zoals neergelegd in artikel 76f, vijfde lid, aanhef en onder c van de WAO, alleen geldt voor dienstbetrekkingen aangegaan op of na 1 januari 1998. De brief van het UWV betrof uitsluitend de betaling van ziekengeld en was beperkt in tijd, waardoor geen toezegging kon worden afgeleid dat appellante geen financiële risico’s zou lopen.
Verder oordeelde de Raad dat de herziening van de premie over 2002 niet in het hoger beroep betrokken kon worden omdat dit besluit niet op dezelfde feitelijke grondslag berustte. Ook de door appellante ingebrachte grief over de toepasselijkheid van artikel 6 van Pro het Besluit Premiedifferentiatie WAO en artikel 43a van de WAO kon niet leiden tot gegrondverklaring van het beroep. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.