ECLI:NL:CRVB:2005:AU6341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Berekening dagloon WAO-uitkering inclusief uitbetaalde spaaruren in referteperiode
De zaak betreft de vraag of de door de voormalig werkgever van appellant uitbetaalde spaaruren in de maanden oktober en november 1998 moeten worden meegenomen bij de berekening van het dagloon voor de WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze spaaruren binnen de referteperiode waren opgebouwd.
Appellant stelde dat de spaaruren wel degelijk in de referteperiode waren opgebouwd en ondersteunde dit met een afschrift van zijn agenda. Het UWV betwistte dit en stelde dat alleen salarisspecificaties als verifieerbare gegevens gelden, waaruit onvoldoende blijkt dat de spaaruren in de referteperiode zijn opgebouwd.
De Raad concludeerde op basis van de salarisspecificaties dat het cumulatieve saldo van de tijd-voor-tijd-uren aan het begin van de referteperiode negatief was, maar dat gedurende de referteperiode opbouw plaatsvond. Hierdoor is volgens de Raad voldoende aangetoond dat de spaaruren in de referteperiode zijn opgebouwd.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van 7 mei 2003, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het UWV tot betaling van schadevergoeding inclusief wettelijke rente en proceskosten. Tevens werd het UWV verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en de uitspraak, en bepaalt dat de uitbetaalde spaaruren in oktober en november 1998 mee moeten tellen bij de dagloonberekening voor de WAO-uitkering.